Bevoegdheid tot beëindigen kredietovereenkomst

Mag er altijd gebruik worden gemaakt van een bevoegdheid tot beëindigen van een kredietovereenkomst?

X is eigenaresse van een aantal appartementen die zij verhuurt. Voor de financiering van haar eigen woonhuis gaat zij naar de bank. De bank verstrekt haar een hypothecaire lening. Op het woonhuis wordt het recht van eerste hypotheek gevestigd en op de appartementen het recht van tweede hypotheek. De bank wist bij het aangaan van de kredietovereenkomst dat de appartementen worden verhuurd.

Uit artikel 11 van de algemene voorwaarden volgt dat X de appartementen niet (opnieuw) mag verhuren zonder toestemming van de bank. Artikel 14 geeft aan dat de huur niet mag worden verlaagd. Zonder de bank op de hoogte te stellen, verhuurt X de appartementen aan nieuwe huurders voor een lagere huurprijs dan voorheen.

Op grond van bovenstaande twee artikelen zegt de bank de kredietovereenkomst op en vordert het dan nog openstaande bedrag. Dat bedrag kan X niet betalen en de bank zou de hypotheken kunnen uitwinnen c.q. de panden executoriaal verkopen. X gaat naar de rechter en verzoekt – kort gezegd – de kredietopzegging niet rechtsgeldig te verklaren wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. De rechter beslist als volgt (volledige uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2016:8326).

X heeft gehandeld in strijd met de algemene voorwaarden waardoor de bank de bevoegdheid kreeg de kredietovereenkomst op te zeggen. Echter, gebruik maken van de ontstane opzeggingsbevoegdheid is in dit geval in strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW). Allereerst wist de bank bij het aangaan van de kredietovereenkomst dat de appartementen werden verhuurd. Ten tweede is de bank door de lagere huuropbrengst niet in ernstige mate in haar zekerheidspositie geschaad, althans dat heeft zij niet aangetoond. Dat geldt temeer nu zij ‘slechts’ het recht van tweede hypotheek heeft op de appartementen.

Tot slot bespreekt de rechtbank het belang van X bij het in stand laten van de kredietovereenkomst. X heeft geen betalingsachterstand bij de bank. Indien de opzegging in stand blijft, dan zullen de panden moeten worden verkocht, omdat X niet in één keer de lening (met rente en eventuele boete) kan terugbetalen. Ook verliest X haar inkomstenbron, namelijk de huurpenningen. Al met al, X zou erg worden benadeeld als de kredietopzegging in stand blijft.

De rechtbank verklaart dan ook voor recht dat de opzegging door de bank van de kredietovereenkomst onaanvaardbaar is. De opzegging is niet geldig, waardoor de kredietovereenkomst in stand blijft.

Wilt u meer weten over de bevoegdheid tot beëindigen van een kredietovereenkomst? Neem dan contact op met mr. Jaap van Beijsterveldt