Billijke vergoeding 2016

Volgens Minister Asscher betaalt de werkgever bij ontslag na een arbeidsovereenkomst van ten minste twee jaar alleen een transitievergoeding. Dat is een standaardvergoeding. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties is er ruimte voor een aanvullende billijke vergoeding. Dat gaat dan om gevallen waarin de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Na ruim een jaar WWZ lijkt de billijke vergoeding aan een opmars bezig. De uitzonderlijke situaties waarover Asscher sprak, lijken toch minder uitzonderlijk dan gedacht.

In procedures over ontslag op staande voet kent de rechter regelmatig een billijke vergoeding toe. Is een ontslag volgens de rechter ongeldig en wil de werknemer niet terugkeren naar zijn werkgever, dan heeft de werknemer recht op een billijke vergoeding. Een enkele kantonrechter verrekent de billijke vergoeding met een vergoeding vanwege onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. De vraag is of dat juridisch wel juist is en niet gewoon in alle gevallen een billijke vergoeding van enige omvang moet worden toegekend.

In ontbindingsprocedures is de rechter terughoudender met het toekennen van de billijke vergoeding, maar ook in ontbindingszaken lijkt de billijke vergoeding toch wel regelmatig te worden toegekend.

De hoogte van de billijke vergoeding verschilt enorm. Met enige regelmaat wijzen rechters relatief forse vergoedingen toe. De kantonrechter te Enschede heeft onlangs een billijke vergoeding van € 100.000,– toegekend. Volgens de rechter handelde de werkgever ernstig verwijtbaar door linksom of rechtsom tot een einde van de arbeidsrelatie te willen komen en daarbij meerdere wegen te bewandelen. Dat was des te kwalijker vanwege de medische problematiek waarmee de werknemer worstelde.

De kantonrechter te Arnhem kende een billijke vergoeding van € 20.000,– toe aan een werknemer die wegens bedrijfseconomische redenen was ontslagen. De werkgever handelde volgens de kantonrechter ernstig verwijtbaar door schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding benoemde de kantonrechter het bestraffende en preventieve karakter van de billijke vergoeding. De gedachte is dat toewijzing van (hoge) billijke vergoedingen onwenselijk gedrag van werkgevers voorkomt.

In een andere recente zaak bepaalde de kantonrechter te Tilburg dat de werkgever een billijke vergoeding van € 38.000,– moest betalen aan de werknemer. Door zonder goede reden de werknemer te schorsen en te ontslaan handelde de werkgever ernstig verwijtbaar. De kantonrechter bepaalde de hoogte van de billijke vergoeding door aansluiting te zoeken bij de periode dat de arbeidsovereenkomst zonder het verwijtbare handelen van de werkgever waarschijnlijk nog zou hebben voortgeduurd. Daarmee relateert de kantonrechter de billijke vergoeding in feite aan de door werknemer gemiste inkomsten.

De voorlopige conclusie is dat rechters met enige regelmaat – en misschien vaker dan Asscher c.s. verwachtte – een billijke vergoeding toekennen. De hoogte van de billijke vergoeding is sterk afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval. De opvatting van de individuele kantonrechter over het karakter van de billijke vergoeding is ook van belang. Legt de kantonrechter sterk de nadruk op het bestraffende en preventieve karakter van de vergoeding dan leidt dat tot hoge, afschrikwekkende vergoedingen.

Voor alle facetten van het arbeidsrecht kunt u bij Koster Advocaten terecht. Wij kunnen, indien nodig, met u een heftige strijd aan gaan in de rechtszaal, maar voordat we dat punt bereiken willen wij altijd eerst preventief aan de slag en kunnen wij als mediator de zaak al afhandelen. Benieuwd wat wij vandaag nog voor u kunnen betekenen? Neem dan contact met ons, zodat wij u direct verder kunnen helpen met uw arbeidsrechtelijke belang!