Dwangsommen

Dwangsommen zijn een effectief middel om ervoor te zorgen dat een wederpartij daadwerkelijk doet wat de rechter heeft bepaald.

De rechter kan een (rechts)persoon veroordelen tot betaling van een dwangsom voor het geval niet wordt voldaan aan de hoofdveroordeling als die hoofdveroordeling tenminste een verplichting inhoudt om iets te doen of iets na te laten. Zo wordt de veroordeelde partij bewogen om het vonnis daadwerkelijk na te komen.

In verband met verplichtingen tot betaling van geld kan geen dwangsom worden opgelegd.

De dwangsom kan worden opgelegd per overtreding of per periode dat de veroordeelde niet doet wat hij moet doen.

De rechter zal in het vonnis meestal een maximum aan de te verbeuren dwangsommen bepalen.

Dwangsommen kunnen pas verbeuren als de betreffende uitspraak door de deurwaarder aan de veroordeelde is betekend (tenzij de rechter in het vonnis anders bepaalt) en alleen als de hoofdveroordeling voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

Een niet geïnde dwangsom verjaart zes maanden nadat de dwangsom is verbeurd tenzij de verjaring binnen die termijn wordt gestuit, bijvoorbeeld door een schriftelijke aanmaning. Na elke stuitingshandeling begint een nieuwe verjaringstermijn van zes maanden.

Om discussie achteraf over de vraag of een dwangsom wel verschuldigd is geworden te voorkomen, is het van belang de overtreding(en) / niet-nakoming van de hoofdveroordeling telkens goed vast te leggen, zodat bewijs voorhanden is dat niet aan de hoofdveroordeling is voldaan.