Ontbinden overeenkomst ondeugdelijke parketvloer

Koper, een particulier, koopt een parketvloer en laat die leggen door verkoper. Toen de vloer (grotendeels) was gelegd, uitte koper zijn ongenoegen over het resultaat. De vloer voldeed niet aan de verwachtingen. Beide partijen en de door hen ingeschakelde deskundigen waren het erover eens dat de vloer niet overal even ‘goed’ was. Verkoper biedt daarom aan de vloer te herstellen, maar koper gunt verkoper geen herstelmogelijkheid en stuurt een brief waarin hij de overeenkomst ontbindt. Vervolgens laat koper de vloer verwijderen door een ander bedrijf.

Aangezien koper van mening is dat hij niets aan de door verkoper gelegde vloer heeft gehad, start hij een gerechtelijke procedure. Hij wil bevestiging dat de overeenkomst is ontbonden en dat hij het aankoopbedrag terug dient te krijgen. Verkoper voert verweer. Hij is namelijk van mening dat hij een nette oplossing heeft geboden om het geschil op te lossen en dus niets zou hoeven terug te betalen.

Koper stelt dat verkoper een wanprestatie heeft geleverd (artikel 6:265 BW). Voor een geslaagd beroep op artikel 6:265 BW dient verkoper in verzuim te zijn, aldus lid 2. Dat wil zeggen, verkoper had een redelijke termijn voor nakoming van de overeenkomst moeten krijgen. Verkoper heeft na kennis te hebben genomen van de klachten geen kans gehad om binnen een redelijke termijn alsnog een deugdelijke vloer te leggen.

Een andere (niet aangevoerde) grond voor ontbinding is een beroep op de non-conformiteit (artikel 7:21 en 7:22 BW). De vloer voldoet immers niet aan de verwachtingen. Desalniettemin zal een beroep daarop niet slagen, omdat recht op ontbinding pas ontstaat indien a) herstel of vervanging niet binnen een redelijke termijn dan wel zonder ernstige overlast voor koper kan plaatsvinden, b) herstel en vervanging onmogelijk zijn of c) van verkoper niet gevergd kunnen worden (artikel 7:22 lid 2 en 7:21 lid 3 BW). Aangezien herstel of vervanging nog mogelijk was – voordat koper op eigen initiatief de vloer liet verwijderen – had koper aan verkoper een herstelmogelijkheid moeten bieden. Dat heeft verkoper nagelaten en zulks komt voor zijn rekening en risico.

Conclusie: Koper komt bedrogen uit. Zowel de rechtbank als het hof oordelen dat de overeenkomst niet kan worden ontbonden en dat koper dus geen geld terugkrijgt. Koper is veroordeeld in de proceskosten van beide procedures.

Het arrest is te vinden op rechtspraak.nl met kenmerk ECLI:NL:GHARL:2017:2580.