Ontruiming woning door overlast huurder / weigeren begeleiding GGD

Wij hebben recent met succes geprocedeerd in een zaak waarin hij namens de woningbouwvereniging een vordering in kort geding had ingesteld tot ontruiming van een woning. Reden voor de gevorderde ontruiming was ernstige overlast, in combinatie met het weigeren van begeleiding door de GGD. Die begeleiding was verplicht, op basis van het (problematische) verleden van de huurder.
De feiten: de huurder is bij de verhuurder terecht gekomen via een urgentie van de gemeente. De aard van de urgentie bracht met zich dat de woningbouwvereniging een extra aanhangsel bij de huurovereenkomst had gemaakt. In het aanhangsel kwamen partijen (kort gezegd) overeen dat de huurder geen enkele overlast mocht veroorzaken en dat hij zich door de GGD moest laten begeleiden. Op niet-nakoming van die verplichtingen stond ontruiming van de woning als sanctie. De huurder heeft dit aanhangsel getekend. De woningbouwvereniging krijgt klachten van buren over structurele overlast: er wordt geschreeuwd en de woning wordt gebruikt als werkplaats, aldus de buren. De huurder betwist echter dat hij overlast veroorzaakt. Ter zitting voerde hij aan dat hij de taal spreekt van een speciale stam en dat die woorden wel eens verward kunnen worden met Nederlandse scheldwoorden. Hij stelt verder dat hij de begeleiding door de GGD niet meer nodig heeft. De huurder heeft die begeleiding daarom eenzijdig beëindigd.
Het gerechtshof in Amsterdam gaf de woningbouwvereniging gelijk. Het gerechtshof stelde vast dat de huurder zijn verplichtingen uit het aanhangsel bij de huurovereenkomst niet nakomt, omdat hij zich niet laat begeleiden door de GGD. Verder acht het hof voldoende aannemelijk dat de huurder overlast veroorzaakt en dat die overlast zo ernstig is dat het ontruiming van de woning rechtvaardigt. Bovendien stelde het hof vast dat de huurder onvoldoende in staat en bereid bleek zijn gedrag aan te passen.