WWZ, pro forma ontbindingen

De eerste gepubliceerde uitspraken over het nieuwe ontslagrecht gaan vooral over pro forma ontbindingen. Partijen maken dan afspraken over beëindiging van de arbeidsovereenkomst en vragen de kantonrechter die afspraken vast te leggen.
Rechters blijken over het algemeen streng te toetsen aan de WWZ (Wet Werk en Zekerheid). Partijen die tegen een te korte termijn willen ontbinden mogen van de rechter ter zitting tekst en uitleg komen geven. Vergoedingen die uitgaan boven de wettelijke transitievergoeding wijst de rechter af. De WWZ kent bij ontbinding immers maar twee vergoedingen: de transitievergoeding en de billijke vergoeding. Als de werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld (en dat is bijna altijd het geval), is alleen de transitievergoeding toewijsbaar. Dat geldt dus ook bij pro forma ontbindingen.
Partijen die hun minnelijke afspraken – die afwijken van de WWZ – willen laten vastleggen door de rechter zijn aangewezen op de rechtbank Rotterdam. De kantonrechters van die rechtbank blijken wel bereid van de WWZ afwijkende afspraken op te nemen in hun beschikking.